OCW, SZW en VWS gecertificeerd: Iedereen heeft rol in verduurzaming bedrijfsvoering

Tijdens een feestelijke bijeenkomst in De Resident kregen de ministeries van OCW, SZW en VWS dinsdag 7 maart het certificaat uitgereikt voor het behalen van de derde trede op de CO2-prestatieladder. Een mijlpaal voor de verduurzaming van de bedrijfsvoering. Krista Kuipers (pSG SZW), Jeroen Been (directeur Organisatie en Bedrijfsvoering OCW) en Hui-ling Tigchelaar (directeur Organisatie en Bedrijfsvoering VWS) waren op het podium de trotse ontvangers van de certificaten. Ter afsluiting van het formele deel van de bijeenkomst werd het ‘certificeringsstokje’ doorgegeven aan projectleider Timo van Dun van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit departement hoopt na de zomer de certificering voor de derde trede op de ladder af te ronden.

Jeroen Been geeft het stokje aan Timo van Dun
Jeroen Been en Timo van Dun

Bij de overhandiging van de certificaten benadrukte Nic Hendriks, directeur van de certificerende instelling Dekra, dat de departementen die het certificeringstraject begin 2022 startten in korte tijd een enorme prestatie hebben geleverd. Niet in de laatste plaats vanwege de enorme hoeveelheid data die moest worden verzameld en vanuit allerlei hoeken en gaten bij elkaar is gebracht. Tegelijkertijd gaf hij aan: “Dit is maar het begin. We moeten blijven zoeken naar verbetering en het draagvlak voor verduurzaming in de respectievelijke organisaties blijven vergroten. Duurzaamheid en het verkleinen van de CO2-voetafdruk gaat ons allemaal aan. Iedereen heeft daar ook een rol in.” 

Trots

Gevraagd naar datgene waar zij het meest mee ingenomen is, haakt pSG van SZW Krista Kuipers aan op de woorden van Hendriks. “Ik ben bijzonder trots op de ambassadeursgroep die uit alle lagen van onze organisatie is samengesteld. Zij hebben met superveel goede ideeën meegedacht over dit thema. Dat heeft besmettelijk enthousiasmerend gewerkt.” Behalve op de geweldige persoonlijke inzet die in het certificeringstraject is geleverd, is Hui-ling Tigchelaar, directeur Organisatie en Bedrijfsvoering bij VWS, ook erg trots op het feit dat het de drie ministeries gezamenlijk is gelukt de derde trede van de ladder te bereiken. “Alle mensen van SZW, OCW en VWS hebben het samen gedaan. In het begin kregen we wel eens de vraag: waar beginnen jullie aan? Dat het samen gelukt is, is een fantastisch mooie prestatie.” Ook Jeroen Been, directeur Organisatie en Bedrijfsvoering bij OCW, kijkt enthousiast terug op het proces. “Er gebeurt heel veel; je merkt dat het leeft. Niet alleen in Den Haag, maar bij collega’s in het hele land. En hoewel je zo’n traject start met een kleine groep, sluiten steeds meer mensen aan. Bovendien worden steeds meer mensen zich ervan bewust dat ze zelf ook ‘kleine’ dingen kunnen doen die bijdragen aan duurzaamheid. Op de werkvloer, bijvoorbeeld door een herbruikbare koffiebeker te gebruiken, of door wat vaker de fiets te nemen in het woon-werkverkeer. Dat is mooi en goed om te zien.” 

Iedereen kan bijdragen aan een duurzamere bedrijfsvoering

“We staan er vaak niet bij stil, maar kleine veranderingen in ons gedrag kunnen echt een groot verschil maken”, zegt Marieke van den Bosch, duurzaamheidscoördinator bij SZW, na de officiële feestelijkheden. “Het opschonen van je mailbox bijvoorbeeld, leidt tot minder energieverbruik, en plaats een presentatie of notitie in Digidoc of de Samenwerkingsruimte en stuur je collega’s of externen de link om mee te lezen. Of neem de trap in plaats van de lift, ook goed voor wat beweging. En wanneer er nog muntblaadjes zitten in een theebekertje dat je in de afvalbak deponeert, kan het gaan schimmelen. Dan belanden alle bekertjes uit die bak alsnog bij het restafval. Daarnaast kan een pand best een goed energielabel hebben, maar dat zegt op zich nog niet zoveel. Als we het raam openzetten, omdat we het toch net wat te warm vinden, slaat zo’n klimaatinstallatie op hol en leidt dat wellicht juist tot een hoger energieverbruik. Zo zijn een heleboel kleine dingen op het gebied van ons individuele gedrag van groot belang voor het succes van de maatregelen die we in het kader van de CO2-prestatieladder nemen. En niet iedereen is zich bewust van die effecten, dus daar zal de aandacht in de komende periode vooral naar uitgaan. Iedereen kan immers bijdragen aan een duurzamere bedrijfsvoering.”

Impact van vastgoed en mobiliteit op de CO2-uitstoot

“De eerste drie treden van de prestatieladder richten zich op de CO2-uitstoot van de eigen bedrijfsvoering”, vervolgt Van den Bosch. “Daarbij gaat het vooral om het verkleinen van de voetafdruk als gevolg van mobiliteit en het energieverbruik in de panden waar we gehuisvest zijn. Dat laatste is overigens nog best ingewikkeld, want soms delen we panden met andere organisaties en in andere gevallen zijn we, als we huurder zijn, ook afhankelijk van een eigenaar.” “We hadden al snel bedacht dat we als OCW, SZW en VWS samen met de certificering aan de slag wilden”, haakt Veronique Ruiz van Haperen aan. Zij was tot januari dit jaar duurzaamheidscoördinator bij VWS. “We werken in het sociaal domein al veel samen. Bovendien zitten de kerndepartementen vlak bij elkaar en delen we ook kantoorgebouwen met elkaar. Het was heel praktisch om samen op te trekken. Anders hadden we bijvoorbeeld voor drie ministeries bij het Rijksvastgoedbedrijf apart data moeten opvragen voor de Hoftoren. Daarnaast: door gezamenlijk op te trekken, inspireer je elkaar.”

Wat levert de CO2-prestatieladder op?

“Het mooie van de CO2-prestatieladder is, dat je als departement aan de slag gaat met zaken die specifiek voor je eigen organisatie tot duurzame winst kunnen leiden, naast wat er rijksbreed al gebeurt op het gebied van het verkleinen van onze voetafdruk”, vertelt Been. “Dat maak je via het instrument op een gestructureerde manier inzichtelijk én meetbaar. Daarbij bepaal je voor de verschillende organisatieonderdelen van je departement wat de voetafdruk is op een aantal onderwerpen, zoals de verschillende manieren van (dienst)reizen. Dat leidt tot een duidelijk inzicht in de CO2-uitstoot per onderwerp. Wanneer dat in beeld is, ga je kijken wat je kunt doen om de uitstoot omlaag te brengen. De hiervoor te nemen maatregelen landen uiteindelijk in het CO2-managementsplan.” 

Autokilometers vergroenen

Mobiliteit is voor het ministerie van OCW een belangrijk aandachtspunt. Robert Heijbroek, duurzaamheidscoördinator bij de Inspectie van het Onderwijs: “We hebben ruim 250 inspecteurs in dienst en die zijn heel veel op pad naar scholen en schoolbesturen. Dat resulteert in een enorme hoeveelheid autokilometers en daarmee een flinke CO2-uitstoot. Om dat te verminderen kijken we nu of we een deel van die autokilometers kunnen vergroenen door gebruik te maken van het elektrische wagenpark van Greenwheels in combinatie met een ov-kaart.” Bij SZW speelt iets dergelijks. Van den Bosch: “Ook de inspecteurs van de arbeidsinspectie, de NLA, zijn veel op de weg. Zij hebben een auto nodig om hun werk te kunnen doen en dat verkeer heeft een flink aandeel in de voetafdruk. Daarom maakt de NLA intensief werk van de elektrificatie van het wagenpark. Op een totaal aantal van zo’n 700 auto’s rijdt inmiddels 42% elektrisch.”  

RIVM

Binnen VWS heeft het RIVM als organisatieonderdeel een groot aandeel in de voetafdruk van het ministerie. Van de in totaal 10.000 ton CO2 die het departement in 2021 uitstootte, komt 8.800 ton op conto van het RIVM. Ruiz van Haperen: “Dat komt onder meer doordat RIVM nog gehuisvest is in oude gebouwen in Bilthoven. Na de verhuizing naar Utrecht zal die uitstoot een stuk lager zijn. Daarnaast is het grote aandeel van RIVM het gevolg van het grote aantal laboratoria dat volcontinu draait. We verkennen  daarom wat de mogelijkheden zijn om die labs te verduurzamen, onder meer op basis van inzichten en ervaringen die elders zijn opgedaan.” 

Jeroen Been, Hui-ling Tigchelaar en Krista Kuipers
vlnr: Jeroen Been, Hui-ling Tigchelaar en Krista Kuipers

Na de zomer ook Buitenlandse Zaken op trede drie

Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ), hoopt na de zomer ook de derde trede van de CO2-prestatieladder te bereiken. Projectleider Timo van Dun: “We zijn al geruime tijd bezig om de certificering voor te bereiden. Zo hebben we bijvoorbeeld al twee jaar op rij een CO2-voetafdruk gemaakt om te kijken waar we staan.” Hoewel certificering zeker haalbaar is, staat het departement nog wel voor een aantal uitdagingen, geeft hij aan. “Het verzamelen van data van goede kwaliteit op het gebied van bijvoorbeeld het energieverbruik van vastgoed is complex voor ons. We zijn natuurlijk wereldwijd actief en dat maakt het soms best ingewikkeld. Daarnaast vormt het dossier vliegen voor BZ een grote uitdaging. Het hoort bij ons werk, maar we snappen ook wel dat we er iets mee moeten. Om in kaart te brengen hoe we daar mee om kunnen gaan, hebben we een aparte projectgroep ingesteld.”

Gedrag individu en bewustwording van doorslaggevend belang

Op de vraag hoe belangrijk het is om medewerkers mee te krijgen in het verduurzamen van de bedrijfsvoering, zegt Van Dun: “Dat is essentieel. Plannen maken is het probleem niet, dat kan iedereen. Maar uiteindelijk is het gedrag van het individu in belangrijke mate bepalend voor het slagen van die plannen. Uiteindelijk zijn zij degenen die bepalen welke reizen bijvoorbeeld wel en niet noodzakelijk zijn.” 

Voor Been is bewustwording het sleutelwoord om verduurzaming tot een tweede natuur te maken. “Ik hoop echt dat we op dat gebied de komende tijd grote stappen maken. Er gebeurt al heel veel. Op de werkvloer en ook thuis. We zetten bijvoorbeeld nu allemaal de thermostaat een paar graden lager. Dat hadden we tien jaar geleden niet voor elkaar gekregen. Weliswaar is die besparing vooral economisch gemotiveerd, het heeft ook een duurzaamheidscomponent.” Ruiz van Haperen: “Het grappige is dat wij aanvankelijk uitgingen van de aanname dat het lastig is om mensen binnen het departement zover te krijgen om bijvoorbeeld afval goed te scheiden. Sterker nog: we hadden het idee dat ze maar wat in die afvalbakken gooiden, en dat ze thuis secuurder te werk zouden gaan. Daar hebben we onderzoek naar laten doen. En wat blijkt: mensen zijn op het werk juist bewuster bezig met duurzaamheid dan thuis. Dus het leeft zeker.”